Biobrandstoffen (Benzine)

Energiebronnen

Opgericht door Léon Speek op 11 januari 2010. Deze groep heeft nu 30 leden. RSS feed

 

Bio-Ethanol

Wereldwijd is bio-ethanol de meest bekende en meest gebruikte biobrandstof. Deze alcohol ontstaat door fermentatie van plantaardige grondstoffen, zoals suikerriet (Brazilië), maïs (Verenigde Staten), tarwe of suikerbiet. Ook andere granen, zoals gerst en bijproducten uit de voedselverwerkende industrie (bijvoorbeeld melasse) zijn geschikt. Ethanol ontstaat door fermentatie van de plantaardige grondstof, waarbij gisten de suikers omzetten in alcohol. Vervolgens vindt concentratie van de alcohol plaats door destillatie, gevolgd door het opwerken van de alcohol. In Europa wordt ethanol tot nu toe vooral in benzine bijgemengd in de vorm van ETBE (Ethyl Tertiair Butyl Ether), dat ongeveer 50 procent bio-ethanol bevat. Bij een bijmenging van 5 procent ETBE in benzine is het aandeel biobrandstof dus zo’n 2,5 procent. Voor het jaar 2010 is een bijmengverplichting afgesproken van 5,75 procent. Momenteel is dat nog 3,25 procent. In de EU werd in 2007 ruim 1,7 miljard liter ethanol geproduceerd. Duitsland, Frankrijk, Polen en Spanje zijn de grootste producenten van ethanol in de EU. De grootste afnemers zijn de zojuist genoemde landen samen met het Verenigd Koninkrijk en Zweden. De productiecapaciteit van ethanol in de EU neemt snel toe. De potentiële productiecapaciteit van 4 miljard liter wordt naar verwachting uitgebreid tot 7,5 miljard liter.

Cellulose Ethanol

Cellulose-ethanol is ethanol gemaakt van het houtachtige gedeelte (cellulose) van gewassen. Na voorverwarmen van het zaagsel met stoom, vindt bij een temperatuur van 170 tot 200 graden Celsius het uitlogen van het suikerachtige hemicellulose plaats. In de reactor breken enzymen de cellulose af. Vervolgens vindt het uitfilteren van lignine plaats, een turfachtig reukloos materiaal dat als brandstof te gebruiken is. e resterende suikerachtige oplossing stroomt vervolgens via een pijpleiding naar grote reactortanks, waar de suiker fermenteert tot ethanol. Na het afscheiden van de gist vindt nog een distillatieproces plaats, waarbij gezuiverd ethanol ontstaat. Het verschil met bio-ethanol uit bijvoorbeeld suikerbiet en graan is dat cellulose-ethanol duidelijk beter scoort vanuit milieuoogpunt door de uitstoot van CO2 met 80 tot 90 procent te verminderen, tegenover een reductie van zo’n 30-50 procent door bio-ethanol.

HE15

Op 7 juli 2008 opende milieuminister Cramer in Voorburg de eerste hE15-pomp, ook wel Biosuper genoemd. Biosuper hE15 bestaat voor 15 procent uit 'hydrogenous Ethanol' en voor 85 procent uit Euro 95-benzine. Kortom, het aandeel van biocomponent ethanol is zeven keer zo hoog als in gewone benzine en zelfs bijna drie keer de 5,75 procent die de EU vanaf 2010 voorschrijft. De letter 'h' staat voor 'hydrogenous'. In gewoon Nederlands: nat. Ethanol komt nat uit het destillatieproces. Het bevat dan water. Normaal gesproken wordt het wateraandeel tot minder dan een procent teruggebracht voordat bio-ethanol met benzine wordt gemengd want water geeft roestvorming en daar zijn automotoren niet tegen bestand. Het droogproces heeft ook nadelen want het kost geld en energie. Door het achterwege laten van het droogproces wordt geld en energie bespaard. Dat laatste is goed voor de duurzaamheid, het eerste is goed voor de prijs. HE15 Biosuper, met 4 procent water in de ethanol, hoeft daarom niet meer te kosten dan Euro 95. Op de site van HE Blends, www.heblendsnederland.nl, staat een witte lijst van auto’s die op E15 mogen rijden. Daarop staan vrijwel alleen maar flexifuel auto’s, de auto’s die ook geschikt zijn voor E85 (85 procent bio-ethanol, 15 procent benzine). Het is overigens niet volledig duidelijk of een auto die op E15 mag rijden ook op hE15 Biosuper mag rijden. Wanneer een autofabrikant zijn auto goedkeurt voor E15, dan bedoelt hij mogelijk een E met hooguit 1 procent en geen 4 procent water er in. Of een auto geschikt is voor het gebruik van hE15 kan dus per autofabrikant en zelfs per model binnen een automerk verschillen. Dat hE15 ook wel Biosuper genoemd wordt, komt omdat ethanol klopvaster is dan benzine. HE Blends geeft aan dat het mengsel van 85 procent Euro 95 en 15 procent hydrogenous ethanol een octaangetal van 98 heeft, identiek dus aan het octaangetal van reguliere superplus.

Bio Methanol

Bio-methanol stond vroeger bekend onder de naam houtalcohol. Net als bio-ethanol kan bio-methanol worden gebruikt als benzinevervanger. Het is een vloeibare brandstof die onder meer te fabriceren is uit synthesegas, een mengsel van kool monoxide (CO) en waterstof (H2) dat vrijkomt bij de vergassing van biomassa. Via een katalytisch proces kan uit dit synthesegas methanol worden gemaakt. Synthesegas, en daarmee methanol, kan ook uit fossiele brandstoffen worden gemaakt, zoals uit aardgas of steenkool. Bij de productie van biodiesel ontstaat glycerine als bijproduct waarvan eveneens bio-methanol kan worden geproduceerd. BioMCN (Bio Methanol Chemie Nederland) uit Delfzijl, wist van die nood een deugd te maken en slaagde erin de vrijgekomen glycerine te verdampen en weer te gebruiken voor de productie van bio-methanol. Twee vliegen in één klap: de glycerineberg weg en goedkope brandstof terug. Eind 2007 kregen uitvinder en medeoprichter Sieb Doorn en directeur Rob Voncken van BioMCN er zelfs de 'Biofuels Technology Innovation Award' voor.

Bron(nen)